De ‘oudewetters’ Het Project Terugkeer Kritiek op het terugkeerbeleid voor oudewetters Een pardon in 2007?
De ‘oudewetters’ Op 1 april 2001 werd een nieuwe vreemdelingenwet van kracht. Duizenden asielzoekers wachtten op dat moment al jaren op een definitief antwoord van de Nederlandse overheid op hun asielverzoek. De nieuwe wet werd dan ook juist ingevoerd om procedures te bekorten.
Het werd echter al snel duidelijk dan de overheid minder bezig was met de belangen van de asielzoekers, dan met het beheersbaar maken en terugdringen van de ‘instroom’ van asielzoekers. De Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) richtte zich op het afwijzen van nieuwe asielverzoeken, en maakte daarbij gebruik van de mogelijkheden die de nieuwe wet bood. De internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch uitte haar zorgen over het Nederlandse asielsysteem in 2003 in een rapport getiteld ‘Fleeting Refuge: The Triumph of Efficiency over Protection in Dutch Asylum Policy’.
Aan de zaken van de oudewetters, die onder de oude wet bleven vallen, werd door de IND geen prioriteit gegeven. De dienst liet deze asielverzoeken gewoon liggen. Een aantal van deze asielzoekers, die in 2004 na vijf jaar nog in een eerste procedure zaten, kregen een verblijfsvergunning krachtens de door het kabinet vormgegeven eenmalige regeling. Degenen die een nieuwe procedure waren begonnen, omdat ze nieuwe feiten konden aandragen, of omdat de IND ze daartoe had verzocht, vielen buiten de boot.
Daardoor kun je nu op de asielzoekerscentra mensen vinden die na tien of twaalf jaar nog steeds niet uitgeprocedeerd zijn. Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat mensen daar zo lang zouden verblijven, of dat kinderen er zouden opgroeien. Velen zijn gebroken, psychisch en lichamelijk, door het jarenlang gedwongen nietsdoen en door de niet aflatende onzekerheid.
Niet alle oudewetters die nog in onzekerheid leven, bevinden zich overigens in de asielzoekerscentra. Opeenvolgende beleidsmaatregelen hebben er toe geleid dat asielzoekers die nog in een procedure zitten, en dus legaal in Nederland verblijven, geen aanspraak meer kunnen maken op de voorzieningen van de overheid. Omdat deze mensen anders op straat zouden staan hebben vele gemeenten in Nederland – onder protest – noodvoorzieningen opgezet. Ook de gemeente Wageningen kent zo’n noodopvang. Daarnaast zijn er asielzoekers gehuisvest in gewone woningen. Ze konden die betrekken op grond van een lang geleden afgeschafte regeling, of ze bezaten eerder een tijdelijke verblijfsvergunning, die is ingetrokken omdat hun land van herkomst veilig voor hen zou zijn geworden. Ook zij zitten nu in de gevarenzone.
Het Project Terugkeer De overheid eist nu van de afgewezen asielzoekers dat ze alsnog teruggaan naar hun land van herkomst, ongeacht de duur van hun verblijf in Nederland. Minister Verdonk bedacht een ‘Project Terugkeer’, speciaal voor de 26.000 ‘oudewetters’ over wier lot in 2004 nog moest worden beslist. Een aanzienlijk deel van de oudewetters (meer dan 40%) blijkt overigens alsnog – soms na meer dan tien jaar – in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning.
De oudewetters die uitgeprocedeerd zijn of raken, gaan voor een deel vrijwillig terug naar hun land van herkomst. Zij worden daarin gefaciliteerd door de Nederlandse overheid. De overige oudewetters worden in een vertrekcentrum of een cel tot terugkeer gedwongen. Omdat nogal wat staten hun onderdanen (of bepaalde groepen) niet willen terugnemen, worden ze veelal aan het eind van het zogenaamde ‘terugkeertraject’ in Nederland op straat gezet, zonder onderdak en zonder geld om van te leven.
Uit angst voor wat hun boven het hoofd hangt, onttrekken velen zich aan het terugkeertraject. Maar voor hen zijn er geen vangnetten. Kortom: deze mensen worden steeds in situaties gebracht waaruit ze geen uitweg zien.
De overheid wil voor het eind van 2006 hebben beslist over het lot van alle oude wetters. Dat betekent dat velen van hen dit jaar uitgeprocedeerd zullen raken.
Kritiek op het terugkeerbeleid voor oudewetters Op het terugkeerbeleid voor de oudewetters is veel kritiek gekomen. Toen de minister haar voornemens bekend maakte, reageerde Human Rights Watch met een brief, waarin de organisatie haar zorgen uitsprak, onder meer vanwege het gevaar dat mensen teruggestuurd zouden worden naar landen waar ze gevaar liepen.
Gemeenten klagen al jarenlang over het beleid, dat ertoe leidt dat mensen zonder voorzieningen op straat belanden. Tal van gemeenteraden, waaronder die van Wageningen, namen een motie aan, waarin de regering werd opgeroepen een pardon voor de oudewetters af te kondigen. De effecten van het uitzettingsbeleid voor de gemeenten zijn in het rapport De Rekening (2005) op een rijtje gezet. In juni 2006 namen vrijwel alle leden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een motie aan waarin het bestuur van de vereniging werd opgeroepen om te ijveren in Den Haag voor een pardon voor alle oude wetters.
Het kinderrechtencollectief schreef een rapport over de onacceptabele gevolgen van het beleid voor kinderen. Dit leidde ertoe dat de VN-Comité voor de Rechten van het Kind Nederland kapittelde wegens schending van de rechten van het kind in het vreemdelingenbeleid.
In 2006 nam de Raad van Europa – het Europese orgaan dat toeziet op de naleving van de mensenrechten – een resolutie aan, waarin werd aangedrongen op wijziging van het beleid, dat volgens de Raad in strijd is met mensenrechtenverdragen en het kinderrechtenverdrag. De Raad dringt aan op een in de wet geregelde procedure die verblijfsrecht geeft aan mensen die inmiddels geworteld zijn in de Nederlandse samenleving. Kinderen die in Nederland geboren zijn op opgegroeid, zouden niet tot terugkeer mogen worden gedwongen. De duur van het verblijf in Nederland moet in elk geval worden meegewogen, stelt de Raad, bij de beoordeling van iemands verzoek om in Nederland te mogen blijven. Net als Human Rights Watch, is de Raad ook bezorgd vanwege de mogelijkheid dat mensen worden teruggestuurd naar onveilige landen. De huidige regering lijkt niet van plan iets met de aanbevelingen van de Raad van Europa te doen.
De rapporteur van de Raad van Europa kwam eind maart naar Nederland, en uitte haar ongenoegen over het feit dat Nederland niets met de aanbevelingen heeft gedaan. Nederland blijft de mensenrechten en kinderrechten schenden in het asielbeleid. Zij stelt onder meer dat minister Verdonk 'de zaken zo verdraait dat ze haar het beste van pas komen' (de Volkskrant, 28 maart 2006).
Klik hier voor meer internationale kritiek op het Nederlandse asielbeleid.
Een pardon in 2007? Allen die hebben aangedrongen op een pardon voor de oudewetters – gemeenten, actiegroepen, maatschappelijke organisaties, mensenrechtenorganisaties en internationale instanties – vonden tot nu toe geen gehoor bij de regering. Het ziet er echter naar uit dat er na de verkiezingen van november 2006 wel degelijk een oplossing komt. De grootste oppositiepartij heeft al aangekondigd, in een motie, dat zij zich hard zal maken voor een pardonregeling voor alle oude wetters. Een kamermeerderheid voor partijen die voorstander zijn van een pardon, is op grond van de peilingen van de laatste tijd zeer waarschijnlijk. En we moeten niet vergeten dat er ook steeds meer druk wordt uitgeoefend op de regeringspartijen, vanuit lokale afdelingen, om hun standpunt ten aanzien van een pardon te herzien.
Een pardon is daarom zeer waarschijnlijk. Zelfs als het er niet zou komen, valt het te verwachten dat tal van oudewetters toch een verblijfsvergunning zullen krijgen tijdens de volgende regeerperiode. Want een volgende regering zal hoogstwaarschijnlijk minder terughoudend zijn met het toekennen van verblijfsvergunningen op grond van 'schrijnendheid' en vanwege de situatie van kinderen.
|